Biomarkers
Ontdek alle bloedwaarden die wij testen. Per marker leggen we uit wat het meet, welke voorbereiding nodig is en in welk pakket je het vindt.
182 markers · 15 categorieënVroege Detectie
Ontdek afwijkingen voordat klachten ontstaan. Bloedwaarden veranderen vaak maanden eerder dan dat je iets voelt.
Voortgang Monitoren
Volg het effect van je training, voeding of supplementen. Meet objectief of je aanpak werkt.
Personaliseer
Stem je supplementen, voeding en leefstijl af op jouw unieke waarden. Geen giswerk meer.
Bloedbeeld
Hemoglobine
Eiwit in rode bloedcellen dat zuurstof door je lichaam vervoert. Te laag kan wijzen op bloedarmoede, te hoog op uitdroging.
Hematocriet
Het percentage van je bloed dat uit rode bloedcellen bestaat. Geeft aan hoe dik of dun je bloed is.
Erytrocyten
Rode bloedcellen die zuurstof van je longen naar je weefsels brengen en CO₂ terug vervoeren.
Leukocyten
Witte bloedcellen — je afweersysteem. Een hoog aantal kan wijzen op infectie of ontsteking.
Trombocyten
Bloedplaatjes die zorgen voor stolling bij een wond. Te weinig geeft bloedingsneiging, te veel verhoogt het risico op stolsels.
MCV
Het gemiddelde volume van een rode bloedcel. Helpt onderscheid maken tussen verschillende vormen van bloedarmoede.
MCH
De gemiddelde hoeveelheid hemoglobine per rode bloedcel. Zegt iets over de zuurstofcapaciteit van elke cel.
MCHC
De concentratie hemoglobine in rode bloedcellen. Helpt bij het vaststellen van het type bloedarmoede.
Leukocytendifferentiatie
Uitsplitsing van de verschillende soorten witte bloedcellen (neutrofielen, lymfocyten, monocyten, enz.). Geeft een gedetailleerder beeld van je afweer.
Reticulocyten
Jonge, net aangemaakte rode bloedcellen. Laat zien hoe actief je beenmerg nieuwe rode cellen produceert, bijvoorbeeld bij bloedarmoede of na een behandeling.
BSE (bezinking)
De snelheid waarmee rode bloedcellen uitzakken. Een klassieke, brede marker voor ontsteking.
Hb-electroforese
Onderzoekt afwijkende vormen van hemoglobine, zoals bij sikkelcelaanleg of thalassemie.
Methemoglobine
Vorm van hemoglobine die geen zuurstof kan vervoeren. Verhoogd bij bepaalde medicijnen of blootstelling aan chemische stoffen.
Bloedgroep + resusfactor
Bepaalt je ABO-bloedgroep en resusfactor (positief of negatief).
Factor V Leiden (DNA-test)
Genetische test naar de meest voorkomende erfelijke aanleg voor trombose. Eenmalig meten volstaat.
Hart & Cholesterol
Totaal cholesterol
De totale hoeveelheid cholesterol in je bloed — een optelsom van HDL, LDL en andere vetdeeltjes.
HDL-cholesterol
Het "goede" cholesterol. HDL ruimt overtollig cholesterol op uit je bloedvaten en beschermt tegen hart- en vaatziekten.
LDL-cholesterol
Het "slechte" cholesterol. Te veel LDL kan zich ophopen in de wanden van je slagaders en zo atherosclerose veroorzaken.
Triglyceriden
Vetten in je bloed die als energiebron dienen. Hoge waarden verhogen het risico op hart- en vaatziekten.
Non-HDL-cholesterol
Alles behalve het goede cholesterol — een betere voorspeller van hartrisico dan LDL alleen.
VLDL-cholesterol
Very Low Density Lipoprotein — vervoert triglyceriden en draagt bij aan plaquevorming in bloedvaten.
ApoB
Apolipoproteïne B — zit op elk "slecht" vetdeeltje. Telt het werkelijke aantal schadelijke deeltjes in je bloed; de beste voorspeller van hartrisico.
Lp(a)
Lipoproteïne(a) — een genetisch bepaald vetdeeltje dat het risico op hart- en vaatziekten verhoogt. Eén keer meten volstaat meestal.
Fibrinogeen
Stollingsseiwit dat ook een ontstekingsmarker is. Hoge waarden verhogen het risico op bloedstolsels.
Homocysteïne
Aminozuur in je bloed. Verhoogde niveaus beschadigen bloedvaten en verhogen het risico op hart- en vaatziekten.
hs-CRP
High-sensitivity C-Reactief Proteïne — meet laaggradige ontsteking. Verhoogd bij chronische ontsteking en verhoogd cardiovasculair risico.
Omega-3 Index (DHA+EPA)
Meet het percentage omega-3 vetzuren in je rode bloedcellen. Een goede index (>8%) beschermt het hart en vermindert ontsteking.
Apolipoproteïne A1
Het belangrijkste eiwit van HDL, het goede cholesterol. Samen met ApoB geeft het een verfijnd beeld van je vetstofwisseling.
NT-proBNP
Hormoon dat het hart afgeeft bij verhoogde belasting. Wordt gebruikt om hartfalen op het spoor te komen.
Troponine T
Eiwit dat vrijkomt bij schade aan de hartspier. De standaardmarker bij verdenking op hartschade.
CK-MB
De hartspecifieke variant van creatinekinase. Helpt onderscheid te maken tussen schade aan hartspier en skeletspier.
HBDH
Enzym dat vrijkomt bij schade aan hartspier en rode bloedcellen. Aanvullende marker naast LDH.
Lipoproteïne-electroforese
Splitst je bloedvetten uit in afzonderlijke lipoproteïnefracties voor een gedetailleerd vetprofiel.
Suiker & Metabolisme
Glucose (nuchter)
Je bloedsuikerspiegel na vasten. Essentieel voor het opsporen van (pre)diabetes en insulineresistentie.
HbA1c
Je gemiddelde bloedsuiker over de afgelopen 2-3 maanden. Geeft een betrouwbaarder beeld dan een enkele glucosemeting.
Insuline (nuchter)
Hormoon dat glucose uit je bloed naar cellen transporteert. Hoge nuchterwaarden wijzen op insulineresistentie.
HOMA-IR
Berekende score op basis van glucose en insuline die aangeeft hoe goed je cellen reageren op insuline.
Fructosamine
Je gemiddelde bloedsuiker over de afgelopen 2-3 weken. Nuttige aanvulling op HbA1c bij snelle veranderingen.
C-peptide
Wordt in gelijke mate met insuline aangemaakt en laat zien hoeveel insuline je alvleesklier zelf produceert.
Lever, Gal & Alvleesklier
ALAT
Leverenzym dat vrijkomt bij leverbeschadiging. De meest specifieke marker voor leverschade.
ASAT
Enzym dat vrijkomt bij schade aan lever of spieren. In combinatie met ALAT helpt het de oorzaak te bepalen.
GGT
Leverenzym dat gevoelig is voor alcohol en galwegproblemen. Vaak de eerste marker die stijgt bij overmatig alcoholgebruik.
Bilirubine
Afbraakproduct van hemoglobine, verwerkt door de lever. Verhoogde waarden kunnen wijzen op lever- of galproblemen.
Alkalische fosfatase
Enzym uit lever en botten. Verhoogd bij galstuwing, leverziekte of botaandoeningen.
LDH
Lactaatdehydrogenase — enzym dat vrijkomt bij celschade in diverse weefsels. Niet specifiek voor de lever, maar nuttig als brede marker.
Bilirubine direct & indirect
Uitsplitsing van het totale bilirubine. Helpt de oorzaak van geelzucht of leverproblemen te achterhalen.
GLDH
Leverenzym dat specifiek vrijkomt bij schade aan levercellen.
Alkalische fosfatase iso-enzymen
Splitst alkalische fosfatase uit naar herkomst (lever, bot of darm) om de bron van een verhoging te vinden.
Amylase
Enzym van de alvleesklier en speekselklieren. Verhoogd bij een ontsteking van de alvleesklier.
Lipase
Spijsverteringsenzym van de alvleesklier. De meest specifieke bloedmarker voor alvleesklierontsteking.
Pancreas-elastase (serum)
Enzym van de alvleesklier; ondersteunt de beoordeling van de alvleesklierfunctie.
Cholinesterase
Enzym dat de lever aanmaakt. Zegt iets over de eiwitproductiecapaciteit van de lever.
CDT
Koolhydraat-deficiënt transferrine, een specifieke marker voor langdurig overmatig alcoholgebruik in de voorgaande weken.
Nieren & Elektrolyten
Creatinine (eGFR)
Afvalstof van spieractiviteit, gefilterd door de nieren. De eGFR-berekening toont hoe goed je nieren werken.
Cystatine C
Preciezere marker voor nierfunctie dan creatinine, vooral bij sporters met meer spiermassa.
Ureum
Afbraakproduct van eiwitten, afgevoerd door de nieren. Verhoogd bij verminderde nierfunctie of hoge eiwitinname.
Urinezuur
Afbraakproduct van purines. Verhoogde waarden kunnen jicht veroorzaken en wijzen op verhoogd cardiovasculair risico.
Kalium
Elektrolyt die essentieel is voor hartritme, spiercontracties en zenuwfunctie.
Natrium
Elektrolyt die je vochtbalans en bloeddruk regelt. Afwijkingen kunnen duiden op uitdroging of nierproblemen.
Totaal eiwit
De totale hoeveelheid eiwitten in je bloed (albumine + globulines). Geeft een breed beeld van voedingsstatus en orgaanfunctie.
Albumine
Het meest voorkomende eiwit in je bloed. Belangrijk voor vochtbalans en transport van hormonen en medicijnen.
Chloride
Elektrolyt dat samen met natrium je vocht- en zuur-basebalans regelt.
Fosfaat (anorganisch)
Mineraal voor botten en energiestofwisseling. Afwijkingen komen voor bij nier-, bot- of hormoonproblemen.
Bèta-2-microglobuline
Klein eiwit dat via de nieren wordt uitgescheiden. Marker voor nierfunctie en activiteit van het immuunsysteem.
Schildklier
TSH
Thyroïd-stimulerend hormoon — stuurt je schildklier aan. De belangrijkste screening voor schildklierproblemen.
Vrij T4
Het actieve schildklierhormoon dat je stofwisseling, energieniveau en lichaamstemperatuur regelt.
Vrij T3
De meest actieve vorm van schildklierhormoon. T3 stuurt direct je stofwisseling aan op celniveau.
T3 totaal
De totale hoeveelheid van het schildklierhormoon T3, gebonden én vrij.
T4 totaal
De totale hoeveelheid van het schildklierhormoon T4, gebonden én vrij.
TSH-receptor antistoffen (TRAb)
Antistoffen tegen de TSH-receptor, kenmerkend voor de ziekte van Graves.
Anti-TPO
Antistoffen tegen schildklierperoxidase, verhoogd bij auto-immuunschildklierziekte zoals Hashimoto.
Thyreoglobuline
Opslageiwit van de schildklier; wordt gebruikt bij het vervolgen van schildklieraandoeningen.
Thyreoglobuline-antistoffen
Antistoffen tegen thyreoglobuline, passend bij auto-immuunschildklierziekte.
Hormonen
Testosteron totaal
Het belangrijkste mannelijke geslachtshormoon, ook aanwezig bij vrouwen. Beïnvloedt spiermassa, energie, libido en stemming.
Vrij testosteron
Het deel van testosteron dat niet aan eiwitten is gebonden en direct beschikbaar is voor je lichaam.
Oestradiol (E2)
Het belangrijkste oestrogeen. Bij mannen relevant voor botdichtheid en bij TRT-monitoring; bij vrouwen voor cyclus en vruchtbaarheid.
Progesteron
Hormoon dat een rol speelt bij de menstruatiecyclus en zwangerschap. Bij mannen in kleine hoeveelheden aanwezig.
FSH
Follikelstimulerend hormoon — stimuleert de eicelrijping bij vrouwen en zaadcelproductie bij mannen.
LH
Luteïniserend hormoon — triggert de eisprong bij vrouwen en stimuleert testosteronproductie bij mannen.
SHBG
Sex Hormone-Binding Globuline — eiwit dat testosteron en oestradiol bindt. Bepaalt hoeveel hormoon vrij beschikbaar is.
Prolactine
Hormoon uit de hypofyse. Verhoogd bij stress, medicatie of hypofyseaandoeningen. Kan libido en vruchtbaarheid beïnvloeden.
DHEA-S
Voorloper van testosteron en oestrogeen, geproduceerd door de bijnieren. Daalt met de leeftijd.
Cortisol
Het stresshormoon. Regelt je dag-nachtritme, immuunsysteem en bloedsuiker. Chronisch verhoogd cortisol breekt spieren af.
IGF-1
Insulin-like Growth Factor 1 — weerspiegelt je groeihormoon-activiteit. Belangrijk voor spiergroei, herstel en veroudering.
PSA
Prostaat-Specifiek Antigeen — screeningsmarker voor prostaatproblemen. Belangrijk bij mannen boven de 40 en bij TRT.
hCG
Humaan choriongonadotrofine — zwangerschapshormoon. Wordt ook gebruikt bij bepaalde TRT-protocollen.
Aldosteron
Bijnierhormoon dat je zout- en vochtbalans en bloeddruk regelt.
Androsteendion
Voorloperhormoon van testosteron en oestrogeen uit de bijnieren en geslachtsklieren.
Groeihormoon (hGH)
Stimuleert groei, spieropbouw en vetverbranding. Sterk wisselend over de dag; vaak samen met IGF-1 beoordeeld.
IGF-BP3
Het belangrijkste transporteiwit van IGF-1. Geeft samen met IGF-1 een stabieler beeld van je groeihormoonstatus.
Vitamines & Mineralen
Vitamine D
Essentieel voor botten, immuunsysteem en stemming. Veel Nederlanders hebben een tekort, vooral in de winter.
Vitamine B12
Essentieel voor zenuwfunctie, energieproductie en aanmaak van rode bloedcellen. Tekort komt vaak voor bij vegetariërs.
Foliumzuur
B-vitamine (B9) essentieel voor celdeling en DNA-synthese. Extra belangrijk bij zwangerschapswens.
Ferritine
Eiwit dat ijzer opslaat in je lichaam. De beste marker voor je ijzervoorraad. Te laag = ijzertekort, te hoog = ijzerstapeling.
Serum ijzer
De hoeveelheid ijzer die op dit moment in je bloed circuleert. Fluctueert gedurende de dag.
Transferrine
Transporteiwit dat ijzer door je bloed vervoert. Stijgt bij ijzertekort als je lichaam meer ijzer probeert op te nemen.
Transferrine saturatie
Het percentage transferrine dat bezet is met ijzer. Geeft een completer beeld van je ijzerstatus dan ferritine alleen.
Magnesium
Mineraal betrokken bij 300+ enzymreacties. Essentieel voor spieren, zenuwen, slaap en hartritme.
Zink
Sporenelement belangrijk voor immuunsysteem, testosteronproductie, wondgenezing en smaak.
Calcium
Mineraal essentieel voor botten, tanden, spiercontractie en bloedstolling. Nauw gereguleerd door de schildklier.
Vitamine A
Belangrijk voor je ogen, huid en afweersysteem.
Vitamine B1 (thiamine)
Essentieel voor je energiestofwisseling en zenuwstelsel.
Vitamine B2 (riboflavine)
Nodig voor energieproductie en de verwerking van andere B-vitamines.
Vitamine B6
Betrokken bij de aanmaak van neurotransmitters en rode bloedcellen.
Vitamine C
Antioxidant, belangrijk voor je afweer, huid en ijzeropname.
Vitamine D 1,25-dihydroxy (actief)
De actieve vorm van vitamine D. Alleen zinvol in specifieke situaties, naast de standaard 25-OH-meting.
Vitamine E
Vetoplosbare antioxidant die je celmembranen beschermt.
Vitamine K
Nodig voor je bloedstolling en botstofwisseling.
Sport & Groei
Creatine Kinase (CK)
Enzym dat vrijkomt bij spierschade. Verhoogd na zware training. Helpt overtraining of rhabdomyolyse te herkennen.
CK-isoenzymen
Uitsplitsing van creatinekinase naar herkomst (spier, hart, hersenen) bij sterk verhoogde CK-waarden.
Immuunsysteem & Ontsteking
CRP
C-reactief proteïne, de standaardmarker voor acute ontsteking of infectie.
Immunoglobulinen IgA, IgG en IgM
De drie belangrijkste klassen antistoffen. Geven een beeld van de opbouw van je afweer.
Immuunstatus (lymfocytentypering)
Uitgebreide telling van de afweercellen, waaronder T-, B- en NK-cellen.
ANA-screening
Antinucleaire antistoffen, gebruikt als eerste screening bij verdenking op auto-immuunziekten.
ENA-screening
Vervolgonderzoek op specifieke antistoffen na een positieve ANA-test.
Anti-CCP
Zeer specifieke antistoffen voor reumatoïde artritis, vaak al vroeg aantoonbaar.
Reumafactor (IgM)
Antistof die verhoogd kan zijn bij reumatoïde artritis en enkele andere aandoeningen.
Eiwit-electroforese
Splitst de bloedeiwitten uit in fracties om afwijkende eiwitten (zoals M-proteïne) op te sporen.
Immuno-electroforese
Typeert een afwijkend eiwit (M-proteïne) dat bij eiwit-electroforese is gevonden.
Alfa-1-antitrypsine
Beschermend eiwit voor de longen. Een tekort is erfelijk en kan long- en leverproblemen geven.
Haptoglobine
Bindt vrijgekomen hemoglobine. Verlaagd bij verhoogde afbraak van rode bloedcellen (hemolyse).
Gliadine-antistoffen (IgA/IgG)
Antistoffen tegen gluteneiwit, gebruikt bij onderzoek naar coeliakie of glutengevoeligheid.
Infectieziekten & Serologie
Hepatitis A antistoffen (IgG/IgM)
Toont een doorgemaakte of recente hepatitis A-infectie en beschermende immuniteit aan.
Hepatitis A virus (PCR)
Directe aantoning van het hepatitis A-virus in het bloed.
HBsAg
Oppervlakte-antigeen van hepatitis B; positief bij een actieve infectie.
Anti-HBs (titer)
Meet beschermende antistoffen tegen hepatitis B, bijvoorbeeld na vaccinatie.
Anti-HBc (totaal/IgM)
Antistoffen die wijzen op een doorgemaakte of actuele hepatitis B-infectie.
HBeAg & anti-HBe
Markers voor de activiteit en besmettelijkheid van een hepatitis B-infectie.
Hepatitis B virus (PCR)
Meet de hoeveelheid hepatitis B-virus in het bloed (viral load).
Hepatitis C antistoffen
Screening op contact met het hepatitis C-virus.
Hepatitis C virus (PCR)
Bevestigt een actieve hepatitis C-infectie en meet de viral load.
Borrelia IgG/IgM (ziekte van Lyme)
Antistoffen tegen de bacterie die de ziekte van Lyme veroorzaakt, bijvoorbeeld na een tekenbeet.
Borrelia immunoblot (IgG/IgM)
Bevestigingstest die borrelia-antistoffen gedetailleerd uitsplitst.
Epstein-Barr virus serologie
Antistoffen tegen EBV (ziekte van Pfeiffer); onderscheidt recente van doorgemaakte infectie.
Epstein-Barr virus (PCR)
Directe aantoning van het Epstein-Barr virus in het bloed.
Cytomegalovirus IgG/IgM
Antistoffen tegen CMV; relevant bij zwangerschap(swens) en verminderde afweer.
Q-koorts serologie
Antistoffen tegen Coxiella burnetii, de veroorzaker van Q-koorts.
Candida serologie
Antigeen en antistoffen tegen Candida bij verdenking op een invasieve schimmelinfectie.
Bartonella henselae IgG/IgM
Antistoffen tegen de veroorzaker van kattenkrabziekte.
Anaplasma IgG/IgM
Antistoffen tegen Anaplasma, een via teken overdraagbare bacterie.
Babesia microti IgG
Antistoffen tegen Babesia, een via teken overdraagbare parasiet.
Ehrlichia IgG
Antistoffen tegen Ehrlichia, een via teken overdraagbare bacterie.
Rubella IgG/IgM
Controleert immuniteit tegen rodehond; belangrijk bij zwangerschapswens.
Toxoplasmose screening
Antistoffen tegen Toxoplasma gondii; relevant bij zwangerschap(swens).
Rabiës antistoftiter
Meet of je na vaccinatie voldoende antistoffen tegen hondsdolheid hebt.
Helicobacter pylori IgA/IgG
Antistoffen tegen de maagbacterie die maagklachten en zweren kan veroorzaken.
Tumormarkers
AFP
Alfa-foetoproteïne, tumormarker voor onder andere de lever. Niet bedoeld als losse kankerscreening.
CA 125
Tumormarker die vooral wordt gebruikt bij het vervolgen van eierstokkanker. Niet bedoeld als losse kankerscreening.
CA 15-3
Tumormarker die vooral wordt gebruikt bij het vervolgen van borstkanker. Niet bedoeld als losse kankerscreening.
CA 19-9
Tumormarker die vooral wordt gebruikt bij alvleesklier- en galwegkanker. Niet bedoeld als losse kankerscreening.
CA 72-4
Tumormarker die vooral wordt gebruikt bij maag- en eierstokkanker. Niet bedoeld als losse kankerscreening.
CEA
Carcino-embryonaal antigeen, brede tumormarker, vooral bij darmkanker. Niet bedoeld als losse kankerscreening.
Cyfra 21-1
Tumormarker die vooral wordt gebruikt bij longkanker. Niet bedoeld als losse kankerscreening.
M2-PK
Marker voor het stofwisselingsprofiel van tumorcellen (pyruvaatkinase M2). Niet bedoeld als losse kankerscreening.
PSA vrij
Het niet-gebonden deel van PSA. De verhouding vrij/totaal PSA helpt bij het duiden van een verhoogd PSA.
SCC-antigeen
Tumormarker bij plaveiselcelcarcinomen. Niet bedoeld als losse kankerscreening.
TPA
Weefselpolypeptide-antigeen, algemene marker voor celdelingsactiviteit. Niet bedoeld als losse kankerscreening.
Allergie
IgE totaal
De totale hoeveelheid IgE-antistoffen; vaak verhoogd bij allergieën.
Allergietest - individuele allergenen
Specifiek IgE tegen een afzonderlijk allergeen naar keuze, bijvoorbeeld pinda, huisstofmijt of pollen.
Allergietest - mengsels
Specifiek IgE tegen een mengsel van verwante allergenen, bijvoorbeeld een inhalatie- of voedselmengsel.
Allergoscreen Veggie
Uitgebreide allergiescreening gericht op plantaardige voeding.
Metalen & Sporenelementen
Arseen
Meting van blootstelling aan arseen.
Cadmium
Meting van blootstelling aan cadmium, onder andere via roken of werk.
Chroom
Meting van blootstelling aan chroom, onder andere bij metaalimplantaten of werk.
Kobalt
Meting van blootstelling aan kobalt, onder andere bij metaalimplantaten of werk.
Koper
Kopermeting in het bloed; zowel een tekort als een overschot kan klachten geven.
Kwik
Meting van blootstelling aan kwik, onder andere via vis of amalgaam.
Lood
Meting van blootstelling aan lood.
Mangaan
Mangaanmeting; zowel een tekort als overmatige blootstelling kan klachten geven.
Molybdeen
Sporenelement; meting bij vragen over inname of blootstelling.
Nikkel
Meting van blootstelling aan nikkel.
Platina
Meting van blootstelling aan platina.
Selenium
Sporenelement en antioxidant; zowel een tekort als een overschot is ongewenst.
Tin
Meting van blootstelling aan tin.
Vanadium
Meting van blootstelling aan vanadium.
Zinkprotoporfyrine (ZPP)
Marker voor langdurige loodblootstelling en ijzertekort in de aanmaak van rode bloedcellen.
Overige markers
Aminozuuranalyse
Uitgebreid profiel van aminozuren in het bloed; geeft inzicht in je eiwitstofwisseling.
Ethanol
Meet de actuele alcoholconcentratie in het bloed.
Cotinine
Afbraakproduct van nicotine; objectieve maat voor roken of meeroken.
Ostase (botspecifiek AF)
Botspecifiek alkalisch fosfatase; marker voor botaanmaak.
Osteocalcine
Eiwit uit botvormende cellen; marker voor de botstofwisseling.
LDH-isoenzymen
Uitsplitsing van LDH naar herkomstweefsel bij een verhoogde LDH-waarde.
Hoe vaak moet je testen?
De ideale testfrequentie hangt af van je doel, leefstijl en eventuele behandelingen. Hier zijn onze richtlijnen.
TRT & hormoontherapie
Bij hormonale behandelingen is regelmatige controle essentieel. Test elke 3 maanden om dosering te optimaliseren en bijwerkingen te monitoren.
Actieve sporters
Test aan het begin en halverwege je seizoen of trainingsblok. Zo zie je hoe je lichaam reageert op je belasting en voeding.
Preventie & gezondheid
Een jaarlijkse check-up geeft inzicht in je algehele gezondheid. Ideaal als baseline of voor wie bewust met gezondheid bezig is.
Klaar om je bloedwaarden te laten testen?
Kies een pakket of neem contact op voor persoonlijk advies. Wij komen bij jou thuis.